Odd Fellows

Over kwaliteit en de Odd Fellows

Over kloktijd, kwaliteit en de Odd Fellows                                                                  

Je hebt klok-tijd en kwali-tijd. Wat ons in onze maatschappij in toenemende mate ontstolen wordt is kwaliteit en dat komt vooral doordat de digitale kloktijd steeds meer als meetlat voor kwaliteit wordt gebruikt. In zo goed als alle organisaties geldt steeds meer het adagium: ‘meten is weten’. Vooral in dienstverlenende organisaties wordt tegenwoordig een groot deel van de werktijd besteed aan het registreren en administreren van de kloktijd die aan een activiteit wordt besteed, maar zo kun je geen kwaliteit meten.



Vraag maar eens aan werknemers in de zorg, politieagenten, leraren en docenten wat ze allemaal moeten bijhouden op tijdschrijflijstjes. Ze worden er stapeldol van, want ze hebben daardoor steeds minder tijd voor hun echte werk. En op basis van dat soort tijdmetingen worden er vervolgens kwaliteits-certificaten toegekend aan bijvoorbeeld verpleeghuizen waar de boel gewoon niet deugt. Op de TV voerde mevr. Helen Dupuis van de RvToezicht van een serie verpleeghuizen onlangs het hebben van maar liefst 4 ‘gouden keurmerken’ nog aan als bewijs van de kwaliteit van een tehuis waar van alles mis is.  
Het probleem is dat een praatje van 5 minuten met een bejaarde helemaal niets zegt over de kwaliteit van zo’n gesprek. De hoeveelheid tijd een docent heeft besteed aan de voorbereiding van zijn lessen zegt niets over de kwaliteit van zijn lessen en het aantal minuten dat je hebt zitten praten met je huisarts, of specialist geeft helemaal niets aan over de kwaliteit en het effect van dat gesprek.

Kwantiteit zegt op zich niet zoveel over kwaliteit. 1 + 1 + 1 = bijna nooit gelijk aan 3, maar meestal meer of minder dan 3. Het eerste glas bier smaakt altijd beter dan het tweede, of derde en niet elke vriend is je evenveel waard.



Maar het gaat verder. Je kunt een WC in een trein gewoon niet kwalitatief goed schoonmaken in 2 minuten. Een huisarts kan in een gesprek van 5 minuten geen goede diagnose stellen van de geestelijke problemen waarmee iemand worstelt, maar daaruit komen uiteindelijk vaak wel de lichamelijke kwalen en kwaaltjes voort waar iemand mee zit. Toch moeten artsen dat, want meer tijd krijgen ze er niet voor van hun managers of zorgverzekeraars, want die krijgen als ‘target’ van hun directeuren mee dat er weer eens 10% bezuinigd moet worden en als je dat target niet haalt, krijg een slechte beoordeling of geen bonus. 

Wat er dan vaak gebeurt, is dat werknemers gaan sjoemelen met hun tijdsregistratie. Een deel van de kantoren wordt helemaal niet schoongemaakt, maar volgens de lijstjes wel. Als je weet dat je manager vindt dat je als docent meer aan ontwikkeling moet doen, registreer je gewoon meer werktijd op het gebied van ontwikkeling, want wat ‘ontwikkeling’ precies inhoudt in het leven van een docent zijn managers helemaal niet geïnteresseerd. Het gaat erom dat de cijfers kloppen, dat de targets worden gehaald. En wie zijn nou dus de kwaliteitsdieven? Dat zijn de puur bedrijfskundig tellende managers voor wie 1 + 1 + 1 altijd 3 is en nooit meer en nooit minder.

Om echt goed te kunnen inschatten wat de kwaliteit is van het werk van een  verpleegkundige, een arts, een docent, een politieagent, een timmerman, of een andere vakman, heb je een andere vakman nodig. Die kan de kwaliteit beoordelen en daarvoor gebruikt hij niet alleen objectieve, kwantitatieve normen, maar vooral ook zijn eigen kwalitatieve meetlatten.
Alleen een chef-kok kan goed beoordelen hoe goed een aankomende kok is. Alleen een ervaren verpleegkundige kan zien of een injectiespuit goed wordt gehanteerd en of een sonde goed wordt aangelegd. En alleen een ervaren en kwalitatief goede docent kan goed beoordelen of een leerling-docent staat te klungelen of niet. Is iemand creatief? Uit onderzoek blijkt dat zoiets alleen goed in te schatten is door iemand die het zelf is. Ofwel: ‘It takes one, to pick one’.

En hoe zit dat bij de Odd Fellows? Wij zijn niet zo van het tellen van euro's en minuten. Bij ons gaat het vooral om kwali-tijd. En dat meet je anders. Dat doe je meer met je gevoel dan met een stopwatch. Zo 'meet' je ook de kwaliteit en de diepgang van een gesprek. De kwaliteit van een vriendschap, etc. Het aantal minuten zegt daar helemaal niets over.

Wij hanteren ook min of meer het gradenstelsel van de middeleeuwse gildes, waar het principe van leerling > gezel > meester gold. Je werd daar niet zo maar gezel of meester. Daarvoor moest je een werkstuk, of een meesterstuk afleveren. Dat principe geldt bij de Odd Fellows nog steeds. Niet meer zo streng als in die oude tijden, maar we kennen wel degelijk een gradenstelsel waar je langzaam opklimt van leerling naar meester onder begeleiding van een mentor. En daarvoor staat geen vaste kloktijd in maanden of jaren. Of je overgaat naar een volgende graad beslis je in overleg met je mentor. 

Tenslotte: in het begin keek ik ook heel raar aan tegen het gebruik van woorden zoals ‘meester’, ‘broederen’ en ‘tempel’ en de ritualen die we tijdens de zitting uitvoeren, maar langzamerhand ben ik ze gaan zien als een  spel waarin onze waarden vriendschap, liefde en waarheid tot uitdrukking worden gebracht.

Na de zitting begeven we ons weer in een wereld waar er helaas van onze idealen vaak nog niet zo heel veel terechtkomt, maar we geven de moed niet op. Met vallen en opstaan komen we toch steeds een klein beetje verder op de weg naar broederschap. Zoiets moet groeien. Tomaten- en andere planten kun je nu eenmaal niet uit de grond trekken. Je kunt er alleen maar goed voor zorgen en hopen dat het uiteindelijk allemaal goed komt, ook al maak je dat zelf misschien niet meer mee….


Drs. A.B. Belt
Warnsveld, 20-11-2014