Odd Fellows

Religieuze aspecten

De IOOF vraagt geloof in c.q. erkenning van een Hogere Macht. Waarom?

De Odd Fellows gaan uit van het bestaan van een Hogere Macht, van de gedachte dus dat er meer moet zijn tussen hemel en aarde; dat men tenminste niet zelf de maatstaf aller dingen is. Bij het Odd Fellow zijn behoort het zoeken naar Waarheid. En in die Waarheid zit volgens het Odd Fellowgedachtegoed een duidelijk element van de Hogere Macht, hoe men die ook benadert.

Wat wordt er dan  bedoeld met “geloven in een Hogere Macht”?

Omdat onze Orde open staat voor iedereen die kan en wil geloven in een Hogere Macht, omschrijven wij dit begrip niet nader. Immers, ieder lid heeft het recht het begrip “Hogere Macht” op zijn/haar eigen wijze te interpreteren en te beleven.

Is de IOOF dus niet toch een soort sekte?

Van Dale definieert het begrip sekte aldus: “Een sekte wordt gevormd door de gezamen­lijke aanhangers van een godsdienstige gezindheid die op bepaalde punten afwijkt van een meer oorspronkelijke waaruit zij is voortgekomen.”
De Independent Order of Odd Fellows voldoet zeker niet aan deze omschrijving, want zij vertegenwoordigt geen godsdienstige gezindheid. Zij is een humanitaire organisatie. Ook is zij nergens van afgescheiden. Daardoor ‘wijkt zij niet af’ zoals de definitie eist. Onze Orde is een oorspronkelijke organisatie die heel bewust geen enkele binding heeft met welke godsdienstige stroming of met welke andere organisatie dan ook.
De Odd Fellows laten de beleving van het begrip Hogere Macht geheel over aan elk individueel lid. Deze vrijheid van beleving is ondenkbaar in een sekte.

Maar u komt wel bijeen in een Tempel. Dat wekt toch de indruk van religieuze activiteiten?

Bij het woord Tempel denken we al gauw aan een ruimte die iets te maken heeft met de een of andere godsdienst. Dat is echter niet de betekenis van het woord Tempel zoals wij dat gebruiken.  In de oudheid was een Tempel een voor de uitoefening van een gods­dienst  gewijd gebouw. Voor ons, Odd Fellows, is de Tempel de ruimte waarin wij onze zittingen houden en waarin onze plechtige handelingen plaatsvinden. Ontvankelijkheid voor het hogere, en bezinning daarop, maken deel uit van ons begrip Tempel.
Toch is de Tempel ook bij ons  in letterlijke zin een “gewijde ruimte”, want een willekeu­rig lokaal wordt pas een Tempel, nadat het daartoe is gewijd met de uitvoering van een indrukwekkend ritueel.
Waarom de Orde juist in ónze taal het woord Tempel is gaan gebruiken, staat niet helemaal vast. In de Duitssprekende landen noemt men dezelfde ruimte “Die Halle”, terwijl men het in Engels sprekende landen heeft over “the lodgeroom”.
Daar wordt het woord Tempel dus niet gebruikt.

In de Tempel staat ook een Altaar. Wat is daar dan de bedoeling van?

Onze Orde is een niet-dogmatische  organisatie. Om die toegankelijk te maken voor vogels van een zeer verschillende pluimage maken wij in ruime mate gebruik van symbolen. Ook het Altaar is zo’n symbool, en niet alleen het Altaar als zodanig, maar ook elk van de zeven “stenen” waaruit het Altaar is opgebouwd. Het Altaar als geheel wordt gezien als symbool van onze offerbereidheid.

Op het Altaar ligt een opengeslagen Bijbel. Blijkt daaruit niet dat de IOOF een christelijke organisatie is?

Nee; de Bijbel ligt daar namelijk niet als het symbool van de christelijke godsdienst, maar als een boek van Wijsheid dat ten tijde van de stichting van de Orde algemeen erkend, en toegankelijk was. Vele lessen en begrippen die door de Orde worden gehan­teerd vinden hun oorsprong in dat boek van Wijsheid.

Zou er ook een ander boek op het Altaar mogen liggen bijv. de Koran?

In het Baltimore van ruim twee honderd jaar geleden, speelde de Koran geen rol. De Bijbel daarentegen, was algemeen erkend en beschikbaar. Daardoor is de Bijbel per traditie de bron van wijsheid waarnaar wij, wereldwijd, op plechtige momenten verwijzen.

Het staat overigens ieder van ons vrij uit andere bronnen te putten en daarover te vertellen tijdens spreekbeurten in de Tempel.

Zou een Islamiet ook lid van de Orde kunnen worden?

Wij vragen niet of iemand moslim, christen of iets anders is. Wij vragen van toekomstige leden alleen: geloof in een Hogere Macht (in ruime zin), geloof in de Broederschap van mensen, en een onbesproken gedrag. Ieder die aan deze eisen voldoet, die de Beginselverklaring onderschrijft en die de Bijbel (zoals bovenbedoeld) op het Altaar accepteert, kan lid worden. In de begintijd in Nederland had de Orde overigens zeer veel Joodse leden. Zoveel dat de Orde er de bijnaam “Joodse Vrijmetselarij” aan overhield. Inmiddels heeft de Orde in Nederland ook islamitische leden. 

Waarom mag er in de zittingen niet worden gediscussieerd over godsdienst en politiek?

Het is niet zo dat er nooit mag worden gesproken over godsdienst en politiek. Het voor­schrift is dat er in de Tempel over deze onderwerpen niet mag worden gedebatteerd. Nu is het ook niet gebruikelijk om in te Tempel te discussiëren, over welke zaken dan ook. We doen dat veel liever in de nazitting, maar ook daar gaan we voorzichtig om met onderwerpen met een godsdienstig of politiek karakter. Discussies over deze onderwer­pen leiden al gauw tot verhitte debatten en tot botsing op grond van  gevestigde overtui­gin­gen terwijl de actualiteit van de logezitting centraal zou moeten staan.
Onze leden verschillen nu eenmaal van geloof en van politieke kleur. Zij respecteren elkaar. Discussie kunnen we zeker voeren, maar zij mag dat onderlinge respect niet ondermijnen. Het gaat ons immers om wat ons bindt, niet om wat ons zou kunnen scheiden.